ECLI:NL:RBDHA:2017:2732
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Diepenhorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 18 van Pro de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de Duitse autoriteiten akkoord zijn gegaan met het terugnameverzoek en dat daarmee de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag bij Duitsland ligt. Eiser stelde dat hij rechtmatig in Nederland verblijft vanwege een lopend strafrechtelijk onderzoek naar mensensmokkel, maar dit is niet onderbouwd en levert geen rechtmatig verblijf op.
Verder faalt het verweer dat een strafblad in Duitsland en het feit dat hij daar is uitgeprocedeerd, het interstatelijk vertrouwensbeginsel zou doorbreken of dat overdracht aan Duitsland in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom bijzondere omstandigheden toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.