Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
a) vanuit Italië worden 15 600 verzoekers herplaatst naar het grondgebied van de andere lidstaten, overeenkomstig de tabel in bijlage I;
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
Kamerstukken II2011/12, 33 126, nr. 3, p. 6).
bij het verstrijken van de gestelde termijnniet of op onjuiste wijze ten uitvoer heeft gelegd (HvJ 10 november 1992, zaak C-156/91, ECLI:EU:C:1992:423 (Hansa Fleisch), r.o. 19 en 20). Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het beroep van de Stichting op de Besluiten op dit moment niet kan slagen.
terugsturennaar Griekenland van vluchtelingen die zich al op het grondgebied van een lidstaat (in casu: België) bevonden, in strijd was met mensenrechten. Voorts is het EU Handvest slechts van toepassing als het Unierecht ten uitvoer wordt gelegd. De Stichting kan nu geen rechtsaanspraken ontlenen aan Unierecht, aangezien deze zaak niet binnen de reikwijdte van het Unierecht valt. Daarbij komt dat ook onder het EU Handvest de verantwoordelijkheden van de lidstaten voor wat betreft het verlenen van asiel zijn beperkt tot de asielzoekers die op het grondgebied van de desbetreffende lidstaat verblijven. De Stichting beroept zich specifiek op artikel 4 van Pro het EU Handvest. Dat artikel bevat een verbod op folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen en correspondeert met het in artikel 3 EVRM Pro vervatte recht. De inhoud en reikwijdte ervan zijn dan ook hetzelfde als die er door het EVRM aan worden toegekend (artikel 52 lid 3 EU Pro Handvest). Hiervoor is al overwogen dat het beroep op artikel 3 EVRM Pro niet slaagt.
die zich in Nederland bevinden. Artikel 2 van Pro de Grondwet bepaalt (onder meer) dat de wet de toelating van vreemdelingen regelt. De Besluiten vormen weliswaar een wettelijke basis voor het verlenen van asiel, maar zoals hiervoor overwogen komt de Stichting thans geen beroep toe op de Besluiten. Voorts is van belang dat het zogenoemde territorialiteitsbeginsel uitgangspunt is in het internationale asielrecht. Op grond van het internationale asielrecht kan dan ook niet geconcludeerd worden dat de Staat de vluchtelingen ten onrechte de toegang tot Nederland weigert.