ECLI:NL:RBDHA:2017:2970
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om machtiging tot voorlopig verblijf in nareisprocedure wegens onvoldoende bewijs familieband
Eiseres, houdster van een verblijfsvergunning asiel, diende aanvragen in voor machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar vader en halfzussen in het kader van nareis. Verweerder wees deze aanvragen af wegens onvoldoende bewijs van identiteit, nationaliteit en feitelijke gezinsband. Eiseres stelde in beroep dat er sprake was van bewijsnood en dat zij voldoende inspanningen had verricht om documenten te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat officiële documenten niet verkregen konden worden, mede gelet op openbare bronnen die het verkrijgen van documenten in Eritrea mogelijk maken. Ook ontbrak bewijs van een feitelijke gezinsband met de halfzussen, die volgens het asielrelaas van eiseres bij hun moeder woonden en zij bij haar grootouders.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvragen had afgewezen en dat geen aanleiding was voor identificerende gehoren of DNA-onderzoek. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht werd afgewezen wegens te late indiening. De beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 22 maart 2017.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aanvragen voor machtiging tot voorlopig verblijf af wegens onvoldoende bewijs van identiteit en gezinsband.