ECLI:NL:RBDHA:2017:300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens veilig land van herkomst Georgië
Eiser, een Georgische staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat Georgië een veilig land van herkomst is en dat delen van het asielrelaas van eiser niet geloofwaardig waren.
Eiser voerde aan dat zijn psychische gesteldheid was verslechterd, waardoor hij het rapport van het nader gehoor niet adequaat kon bespreken en dat hij afkomstig was uit de provincie Abchazië, die is uitgezonderd van de veilige land-presumptie. De rechtbank oordeelde echter dat de medische adviezen en het gehoor zorgvuldig waren uitgevoerd en dat verweerder terecht oordeelde dat het asielrelaas beoordeeld kon worden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de geloofwaardigheid van de identiteit en religieuze problemen van eiser aannam, maar de verhalen over zijn werkzaamheden als bodyguard, aanhouding en problemen met een persoon niet geloofwaardig achtte. Eiser slaagde er niet in het algemene rechtsvermoeden te weerleggen dat Georgië een veilig land van herkomst is, mede omdat hij niet specifiek verbonden was aan de provincie Abchazië.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens veilig land van herkomst en onvoldoende geloofwaardigheid.