Uitspraak
(Verkort vonnis)
[verdachte] ,
Het onderzoek ter terechtzitting
De tenlastelegging
Oordeel van de rechtbank
[benadeelde]niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
Rechtbank Den Haag
Op 2 mei 2016 vond in Delft een vechtpartij plaats tussen verdachte en het slachtoffer waarbij beiden verwondingen opliepen; het slachtoffer een hoofdwond en verdachte een steekwond in de kuit. Tijdens het incident waren een klauwhamer en een mes aanwezig. De verklaringen van verdachte en slachtoffer verschillen over de precieze toedracht, maar het staat vast dat de verdachte met de klauwhamer het voorhoofd van het slachtoffer raakte.
De rechtbank moest beoordelen of de verdachte opzettelijk met de klauwhamer had geslagen en of er sprake was van (voorwaardelijk) opzet op doodslag of zwaar lichamelijk letsel. Het dossier en de zitting boden onvoldoende aanknopingspunten om opzet vast te stellen; het was niet uitgesloten dat het slaan per ongeluk gebeurde tijdens de worsteling om het wapen.
Daarom was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om de tenlastegelegde feiten bewezen te verklaren. De verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en veroordeeld in de kosten van de verdediging, die tot op heden nihil waren. Tevens werd de teruggave van het in beslag genomen zwarte Alcatel OneTouch telefoontoestel aan de verdachte gelast.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel of poging tot doodslag.