ECLI:NL:RBDHA:2017:316
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2011 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Eiser diende bezwaar in tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2011, welke ambtshalve was opgelegd nadat eiser geen aangifte had gedaan. De aanslag, inclusief boetes en heffingsrente, was verzonden naar het adres van eiser in de Basisregistratie Personen (Brp). Eiser stelde dat hij de aanslag niet had gezien vanwege wisselende verblijfplaatsen en psychische en financiële problemen, en verzocht om verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelde dat eiser verantwoordelijk is voor het doorgeven van een correct adres in de Brp en dat de aanslag tijdig is verzonden. Het bezwaar was pas ruim na de wettelijke termijn ingediend, waardoor het niet-ontvankelijk verklaard werd. De door eiser aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, mede omdat eiser in dezelfde periode wel in staat was om adreswijzigingen door te geven en zakelijke handelingen te verrichten.
De rechtbank hoefde daardoor niet inhoudelijk op het bezwaar in te gaan en verklaarde het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2011 is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.