ECLI:NL:RBDHA:2017:3400
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. Ebbeling
- E. Kouwenhoven
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Schip maakt geen onderdeel uit van ondernemingsvermogen voor bedrijfsopvolgingsregeling
Eiser betoogde dat het schip, gebouwd en geëxploiteerd door S BV, onderdeel uitmaakte van de ondernemingsactiviteiten en daarmee onder de bedrijfsopvolgingsregeling (Bor) viel. De rechtbank stelde vast dat S BV zich richt op handel en verhuur van stoomketels en dat het schip niet tot deze kernactiviteiten behoort.
De rechtbank overwoog dat het schip een multifunctioneel werkschip is, maar dat de exploitatie ervan niet gericht was op het behalen van winst en dat dit ook niet redelijkerwijs kon worden verwacht. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat het schip een verlengstuk van de onderneming vormde of dat toekomstige opbrengsten voldoende zouden zijn.
Gelet op de aard van het schip, de kosten, het gebruik en de financiële positie concludeerde de rechtbank dat het schip geen onderdeel uitmaakt van het ondernemingsvermogen van S BV. Hierdoor vallen de liquide middelen bestemd voor de bouw van het schip niet onder de Bor.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het schip geen onderdeel uitmaakt van het ondernemingsvermogen van S BV.