ECLI:NL:RBDHA:2017:3426
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na ingetrokken verzoek wegens vervalst stuk door werknemer
De werknemer diende een verzoekschrift in tegen de werkgever, maar trok dit verzoek in voordat de mondelinge behandeling plaatsvond. De werkgever trok vervolgens ook het voorwaardelijke tegenverzoek in en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen de werknemer.
De kantonrechter oordeelde dat vanwege het ingetrokken verzoek alleen het verzoek van de werkgever tot kostenveroordeling behandeld hoefde te worden. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer een vervalst stuk in het geding had gebracht, dat de grondslag vormde voor zijn verzoek. Dit vervalste document was overtuigend aangetoond door de werkgever.
Hoewel de werknemer als reden voor intrekking een nieuwe baan aanvoerde, was de werkelijke reden het bewijs van vervalsing. Daarom week de kantonrechter af van het forfaitaire advocatentarief en legde een hogere proceskostenveroordeling van € 1.000,- op aan de werknemer.
Het voorwaardelijke tegenverzoek van de werkgever werd niet inhoudelijk behandeld omdat de kantonrechter niet tot een oordeel kwam over het bestaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst na 2 januari 2017.
De beschikking werd op 1 maart 2017 door kantonrechter J.L.M. Luiten in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van € 1.000,- proceskosten wegens het indienen van een vervalst stuk en intrekking van zijn verzoek.