Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
€ 575,31, waarvan € 400,- aan salaris gemachtigde;
Rechtbank Den Haag
De werknemer trad in 2012 in dienst bij Pietercil Barends B.V. en werkte aanvankelijk op basis van tijdelijke contracten, waarna zij vanaf 2015 een contract voor onbepaalde tijd had. In de arbeidsovereenkomst was een concurrentie- en relatiebeding opgenomen dat haar beperkte in het werken bij concurrenten en het benaderen van relaties van de werkgever.
Na een functiewijziging in 2015 bleef het beding van kracht. In 2017 nam Aspire Brands het distributeurschap van twee belangrijke producten van Pietercil over, waarna de werknemer een aanbod kreeg om bij Aspire als Marketing Manager Benelux te gaan werken, met werkzaamheden die de promotie van deze producten omvatten.
De werknemer verzocht de kantonrechter om het concurrentiebeding te schorsen, stellende dat zij niet gebonden was vanwege functiewijziging en dat het beding haar onbillijk zou benadelen. De werkgever stelde dat zij in dezelfde functie zou werken en dat Aspire een directe concurrent was.
De kantonrechter oordeelde dat het beding geldig bleef na functiewijziging, maar dat het belang van de werknemer om bij Aspire te werken en zich te ontwikkelen zwaarder woog dan het belang van Pietercil om haar aan het beding te houden. Daarom werd het beding geschorst in afwachting van de bodemprocedure. Het boetebeding werd niet geschorst omdat de geheimhoudingsplicht bleef gelden.
Uitkomst: Het concurrentie- en relatiebeding wordt geschorst in afwachting van de bodemprocedure, met veroordeling van Pietercil in de proceskosten.