Uitspraak
interne verrekening ten behoeve van de overname”. Zonder nadere onderbouwing met stukken, welke ontbreekt, volgt niet dat daarmee sprake is van het bestaan van een vorderingsrecht.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Freshpool Vastgoed B.V. en een tweede verzoeker hebben een verzoek tot faillietverklaring ingediend tegen Poolschool H2O Beheer B.V., stellende dat deze vennootschap haar betalingsverplichtingen niet nakomt. De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek op 10 januari 2017 en oordeelde dat de vorderingen onvoldoende waren onderbouwd. Freshpool vorderde €70.000, maar had dit bedrag reeds ingediend in het privéfaillissement van de bestuurder van de vennootschap, zonder deugdelijke verklaring voor de wijziging. Ter onderbouwing werd slechts een bankafschrift overgelegd zonder verdere bewijsstukken.
De tweede verzoeker vorderde €35.000, maar kon niet aantonen dat deze betaling namens de vennootschap was gedaan. Verweerster betwistte dat sprake was van een geldleningsovereenkomst en stelde dat de betaling aan de gemeente Zoetermeer was gedaan voor nutsvoorzieningen. De rechtbank concludeerde dat de vorderingen niet summierlijk waren bewezen en wees het faillissementsverzoek af.
Vervolgens verzocht verweerster om een proceskostenveroordeling. De rechtbank kwalificeerde dit verzoek als een ex artikel 32 Rv Pro en stelde verzoekers in de gelegenheid te reageren. Verweerster maakte aannemelijk dat zij advocaatkosten had gemaakt, en aangezien verzoekers in het ongelijk waren gesteld, werden zij veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, begroot op €904. Een integrale kostenveroordeling werd echter terughoudend toegepast.
Uitkomst: Het faillissementsverzoek van Poolschool H2O Beheer B.V. is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vorderingen en verzoekers zijn veroordeeld tot betaling van proceskosten.