ECLI:NL:RBDHA:2017:3850
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijke huishouding en terugvordering AOW-pensioen wegens wijziging woonsituatie
Eiseres diende een aanvraag in voor AOW-pensioen als alleenstaande. Na onderzoek door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) bleek dat zij vanaf september 2013 een gezamenlijke huishouding voert met een medebewoner, wat gevolgen heeft voor haar AOW-pensioen. Verweerder wijzigde het pensioen en vorderde het teveel betaalde bedrag terug. Eiseres stelde dat er sprake was van een commerciële relatie en geen gezamenlijke huishouding, en dat zij niet tijdig geïnformeerd hoefde te zijn over de wijziging.
De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke criteria voor gezamenlijke huishouding was voldaan: beide hadden hun hoofdverblijf op hetzelfde adres en er was sprake van wederzijdse verzorging, zoals gezamenlijke maaltijden, huishoudelijke taken en gedeeld gebruik van woonruimtes. De huurovereenkomst en het feit dat eiseres een reële huurprijs betaalde, deden hieraan niet af.
Verder was eiseres terecht gewezen op haar inlichtingenplicht en was er geen dringende reden om terugvordering te beperken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de terugvordering van €9.683,54. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €9.683,54 te veel ontvangen AOW-pensioen wordt bevestigd.