ECLI:NL:RBDHA:2017:4178
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verschuldigdheid verhuurderheffing 2014 ondanks betwisting op grond van internationale verdragen
Eiseres was op 1 januari 2014 eigenaar van 57 huurwoningen en heeft de verhuurderheffing over dat jaar voldaan. Zij stelde dat de heffing in strijd was met artikel 14 EVRM Pro, artikel 26 IVBPR Pro en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM, en dat daardoor de heffing onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde echter dat de verhuurderheffing conform de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II (Wmw) verschuldigd is en dat de wet niet in strijd is met genoemde verdragsbepalingen.
De rechtbank verwees naar haar eerdere uitspraak van de meervoudige kamer van 1 mei 2015, waarin zij uitgebreid had geoordeeld over de verdragsconformiteit van de verhuurderheffing. De rechtbank benadrukte dat zij niet bevoegd is om de billijkheid van de wet te toetsen, maar alleen aan verdragsconformiteit.
Na het onderzoek ter zitting op 6 februari 2017, waarbij partijen hun standpunten toelichtten, concludeerde de rechtbank dat de verhuurderheffing terecht is opgelegd en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verhuurderheffing 2014 wordt ongegrond verklaard en de heffing blijft verschuldigd.