ECLI:NL:RBDHA:2017:4352
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-tijdige indiening beroepsgronden ongegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. De rechtbank heeft dit beroep bij een buiten-zittinguitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig waren ingediend en dit niet aan de rechtbank was toe te rekenen.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet ingesteld. De rechtbank heeft in deze verzetprocedure uitsluitend beoordeeld of de eerdere niet-ontvankelijkverklaring terecht was, zonder inhoudelijk op de beroepsgronden in te gaan.
Opposant stelde dat hij de beroepsgronden wel tijdig had ingediend, maar erkende dat hij deze abusievelijk niet op de juiste datum had verzonden. De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs was dat de beroepsgronden tijdig waren ingediend en dat opposant dit ook niet aannemelijk had gemaakt.
Daarom bleef de niet-ontvankelijkverklaring in stand en werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.