ECLI:NL:RBDHA:2017:445
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dubbele heffing lijfrentepremie bij inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
Eiser, die een eenmanszaak exploiteerde en in 2014 staakte, betwistte de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over het bijdrage-inkomen van €18.305, omdat geen rekening werd gehouden met de betaalde lijfrentepremie van €18.500. Hij stelde dat hierdoor sprake was van dubbele heffing en dat dit in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol, artikel 14 en Pro artikel 17 van Pro het EVRM.
De rechtbank stelde vast dat de wetgever geen aftrek van lijfrentepremies op het bijdrage-inkomen kent en dat dit systeem bewust is gekozen vanwege juridische en uitvoeringstechnische overwegingen. De rechtbank verwierp het beroep van eiser op strijd met het EVRM, omdat de dubbele heffing binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever valt en evenredig is in verhouding tot het nagestreefde doel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en droeg verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat betaalde lijfrentepremies niet in mindering kunnen worden gebracht op het bijdrage-inkomen voor de Zvw, ook al leidt dit tot dubbele heffing.
Uitkomst: De aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw is terecht vastgesteld zonder aftrek van betaalde lijfrentepremie; het beroep wordt ongegrond verklaard.