ECLI:NL:RBDHA:2017:4466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiseres, met de Iraanse nationaliteit, diende op 17 januari 2017 een asielverzoek in in Nederland. Verweerder nam dit verzoek niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling, op grond van de Dublinverordening. Eerder had eiseres al asiel aangevraagd in Nederland en Polen, waarbij haar aanvraag in Nederland was afgewezen en zij was overgedragen aan Polen.
Eiseres stelde dat zij niet voldoende in de gelegenheid was gesteld te reageren op het claimakkoord en dat zij aannemelijk had gemaakt dat zij meer dan drie maanden buiten de EU verbleef, wat Polen niet verantwoordelijk zou maken. Zij verwees onder meer naar mailcorrespondentie en een Gmail-waarschuwing als bewijs van verblijf in Turkije.
De rechtbank oordeelde dat het claimakkoord tijdig was overgelegd en dat eiseres de mogelijkheid had gehad om te reageren. De aangevoerde bewijsstukken waren onvoldoende om het vereiste verblijf van drie maanden buiten de EU aannemelijk te maken. Daarnaast werd geoordeeld dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen niet was doorbroken, ondanks rapporten over tekortkomingen in het Poolse asielstelsel. Eiseres had onvoldoende gemotiveerd dat overdracht aan Polen een schending van het non-refoulementbeginsel zou inhouden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag is ongegrond verklaard.