Eisers, burgers van Rusland en Georgië, hadden asielaanvragen ingediend die door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie niet in behandeling zijn genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Eisers voerden aan dat hen ten onrechte de mogelijkheid werd onthouden vrijwillig en op eigen initiatief naar Duitsland terug te keren.
De rechtbank overwoog dat de Dublinverordening overdracht op vrijwillige basis mogelijk maakt, maar dit betreft een overdracht op initiatief van de vreemdeling en een gecontroleerd vertrek of onder geleide. De Duitse autoriteiten hadden om een gecontroleerde overdracht verzocht, wat de Nederlandse overheid heeft gehonoreerd.
De rechtbank concludeerde dat er geen verplichting bestaat om eisers toe te staan zelfstandig naar Duitsland te vertrekken en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.