Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2017.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege zijn uiterlijk, kledingstijl en activiteiten op Instagram werd gepest en uitgemaakt voor homo, wat zou leiden tot vervolging in Irak.
De rechtbank heeft het gezamenlijke asielrelaas van eiser en zijn moeder betrokken bij de beoordeling, waarbij verwezen wordt naar een gelijktijdige uitspraak over de moeder. De rechtbank acht de verklaringen over pesterijen geloofwaardig, maar concludeert dat niet aannemelijk is dat eiser daadwerkelijk als homoseksueel wordt beschouwd en dat hij daarom vervolging te vrezen heeft.
De aanvullende verklaringen van eiser werden niet geloofwaardig geacht, mede omdat hij deze niet tijdens het aanvullend gehoor naar voren bracht, ondanks de mogelijkheid om vertrouwelijk te spreken. De rechtbank oordeelt dat de ernst van de pesterijen onvoldoende is om te spreken van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor vervolging.