ECLI:NL:RBDHA:2017:462
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens ongeloofwaardige identiteit en relaas
Eisers, beiden van Guinee-Bissause nationaliteit, hebben asiel aangevraagd wegens vermeende problemen met moslims die hun grond zouden hebben ingenomen. De staatssecretaris wees deze aanvragen af op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eisers hun identiteit niet aannemelijk hadden gemaakt en hun relaas ongeloofwaardig was.
De rechtbank bevestigt deze afwijzing na onderzoek. Eisers gaven wisselende verklaringen over hun namen en geboortedata in verschillende landen en over de bedreigingen die zij zouden hebben ondervonden. De door hen overgelegde documenten waren onvoldoende om hun identiteit te staven. Ook de verklaringen over de problemen met moslims werden als vaag, summier en tegenstrijdig beoordeeld.
De rechtbank verwierp het verweer dat geestelijke beperkingen het verklaren tijdens de procedure zouden hebben belemmerd, mede op basis van medische adviezen. De beroepen van eisers tegen de afwijzing worden ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens ongeloofwaardige identiteit en relaas.