ECLI:NL:RBDHA:2017:4771
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering asielaanvraag wegens onterechte Dublinclaim aan Italië
Eiser diende een asielaanvraag in Duitsland in, waarbij verweerder (de Nederlandse staatssecretaris) de aanvraag niet in behandeling nam omdat Italië verantwoordelijk zou zijn volgens een claim op grond van artikel 18 van Pro de Dublinverordening (Vo 604/2013). Eiser betoogde dat Italië niet verantwoordelijk was omdat hij illegaal Italië was binnengekomen en daar geen asielverzoek had ingediend, waardoor de verantwoordelijkheid van Italië op grond van artikel 13 van Pro de verordening was geëindigd.
De rechtbank oordeelde dat de claim van verweerder op Italië niet was gebaseerd op een criterium uit hoofdstuk 3 van de Dublinverordening en dat verweerder bewust ten onrechte artikel 18 lid 1 onder Pro b van de verordening had toegepast. De vermeende fictieve aanvaarding door Italië na het uitblijven van een reactie was volgens de rechtbank onjuist en strijdig met het arrest Ghezelbash van het Hof van Justitie.
Het bestreden besluit was daarom in strijd met de Dublinverordening en de Algemene wet bestuursrecht, ontbeerde een dragende motivering en was niet zorgvuldig tot stand gekomen. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen, waarbij de kosten van eiser werden toegewezen.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wegens vermeerde verantwoordelijkheid van Italië wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.