Eiser, geboren met Spina Bifida en volledig ADL-afhankelijk, kreeg aanvankelijk een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) tot 31 december 2016. Verweerder besloot dat eiser vanaf 1 januari 2017 geen aanspraak meer kon maken op Wlz-zorg, omdat er volgens medisch advies geen noodzaak was voor 24-uurs zorg of permanent toezicht.
Eiser voerde aan dat hij wel 24-uurs zorg nodig heeft vanwege zijn volledige afhankelijkheid, medische problemen en het onvermogen zelf hulp in te roepen bij acute klachten. De rechtbank stelde vast dat verweerder het primaire besluit had vervangen en het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk was geworden. Tevens werd het latere bezwaar tegen het vervangende besluit vernietigd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte had aangenomen dat eiser zelf tijdig kan aangeven wanneer hij medische hulp nodig heeft, terwijl medische verklaringen juist wezen op cognitieve beperkingen en het risico op ernstige gevolgen bij te late signalering. Daarom is eiser wel aangewezen op 24-uurs zorg in de nabijheid. Het besluit van verweerder werd vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.