ECLI:NL:RBDHA:2017:4801
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en situatie Italië
Eiser diende op 23 februari 2017 een asielaanvraag in Nederland in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij in Italië slecht was behandeld, geen adequate opvang en medische zorg ontving, en dat overdracht aan Italië zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Hij voerde aan dat hij als kwetsbare persoon moet worden aangemerkt conform het Tarakhel-arrest en dat individuele opvanggaranties vereist zijn.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet is komen te vervallen en dat de situatie in Italië niet zodanig is dat overdracht zonder meer leidt tot een schending van mensenrechten. De medische stukken van eiser toonden geen bijzondere kwetsbaarheid aan zoals vereist volgens het Tarakhel-arrest en de Opvangrichtlijn. De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie en rapporten die bevestigen dat Italië nog steeds adequaat opvangt.
Gelet op het voorgaande was er geen reden voor verweerder om de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.