ECLI:NL:RBDHA:2017:4850
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser diende op 9 maart 2017 een asielaanvraag in in Nederland. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 3 november 2016 in Duitsland al een verzoek om internationale bescherming had ingediend. De Nederlandse staatssecretaris verzocht Duitsland om terugname van eiser op grond van de Dublinverordening. Duitsland stemde op 21 maart 2017 in met terugname.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat Duitsland het verzoek van eiser om internationale bescherming heeft behandeld en afgewezen, zoals blijkt uit het claimakkoord. Eiser had niet betwist dat Duitsland de asielaanvraag had afgewezen en kon zijn stelling dat Duitsland hem aan Griekenland zou overdragen niet onderbouwen.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De Nederlandse staatssecretaris mocht daarom uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en er was geen sprake van een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank wees het beroep af en legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.