ECLI:NL:RBDHA:2017:4966
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens niet-aangetoonde Eritrese nationaliteit
Eiseres, die stelt Eritrese nationaliteit te bezitten, heeft meerdere asielaanvragen ingediend. Haar eerste aanvraag in 2013 werd afgewezen en het beroep hiertegen werd ongegrond verklaard. Een tweede aanvraag in 2015 werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard met een inreisverbod tot gevolg, waartegen geen hoger beroep is ingesteld.
In april 2017 diende eiseres een opvolgende asielaanvraag in, waarin zij nieuwe feiten en omstandigheden aanvoerde, waaronder een taalanalyse van het College of Social Science and Languages van de Mekelle University. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe relevante elementen waren en de taalanalyse onvoldoende bewijs bood voor haar Eritrese nationaliteit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard. De taalanalyse kon niet overtuigen vanwege het ontbreken van toezicht bij de opname en de geografische overlap van de taal Tigrinya. Ook de bezoeken aan ambassades en contact met de IOM maakten niet aannemelijk dat eiseres in bewijsnood verkeerde. De rechtbank volgde eiseres niet in haar verzoek om nadere reactie op het late weerwoord van TOELT.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij de Eritrese nationaliteit bezit en dat de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.