ECLI:NL:RBDHA:2017:5097
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten en onvoldoende bewijs authenticiteit
Eiser, van Afghaanse nationaliteit en behorend tot de Hazara-gemeenschap, diende een opvolgende asielaanvraag in voor zichzelf en zijn minderjarige kind. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die de beoordeling van de aanvraag konden beïnvloeden.
De rechtbank oordeelde dat de door eiser ingebrachte documenten niet als nieuwe feiten konden worden aangemerkt, mede omdat de authenticiteit niet kon worden vastgesteld door het ontbreken van referentiemateriaal en het ontbreken van een contra-expertise. Daarnaast maakte eiser niet aannemelijk dat hij uitsluitend via de zogenaamde 'Death Road' naar zijn geboortedorp kon terugkeren, waardoor het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro onvoldoende was onderbouwd.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en werd de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.