Uitspraak
Rechtbank den haag
1.Het verloop van de procedure
2.Nadere overwegingen in conventie en in reconventie
een vreemde snoeshaandie na zijn ontslag helemaal doordraaide en op Facebook
dreigde langs te komen met een geladen geweer, die de familie van [directeur Arfos] en zijn personeel wat zou aandoen en die meldde (…) dat hij
een medewerker had doodgeschoten en onderweg was naar de volgende. Nu niet is komen vast te staan dat [gedaagde] de door [directeur Arfos] bedoelde mededelingen op Facebook heeft gedaan, is te oordelen dat [directeur Arfos] zich niet in de zojuist bedoelde zin over [gedaagde] heeft mogen uitlaten. Door dat zonder enig voorbehoud wel te doen, heeft hij zich jegens [gedaagde] onrechtmatig gedragen. Daarbij is ook van belang dat [directeur Arfos] blijkens de hier aan de orde zijnde publicatie ten onrechte de suggestie heeft gewekt dat hij voor zijn beschuldigingen het bewijs in handen had (
Heijstek deed aangifte bij de politie en klopte voor juridische bijstand aan bij zijn neef, die jurist is. Ze verzamelden bewijzen, waaronder screenprints van de beschuldigingen en bedreigingen op Facebook die (…) onder zijn eigen naam had geplaatst). Het is voldoende aannemelijk dat deze publicatie voor [gedaagde] nadelige gevolgen kunnen hebben gehad. De vordering als genoemd in rechtsoverweging 2.5.5 van het tussenvonnis zal daarom worden toegewezen op (nu niet voldoende is gebleken van andere onrechtmatige handelingen dan de publicatie in Sprout) de wijze zoals hierna vermeld.