ECLI:NL:RBDHA:2017:5185
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele geaardheid
Eiseres, een vrouw met de Ugandese nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in met als nieuw element haar homoseksuele geaardheid. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen op grond van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de seksuele geaardheid niet geloofwaardig werd bevonden.
De rechtbank overwoog dat eiseres onvoldoende concreet en gedetailleerd had verklaard over haar bewustwordings- en acceptatieproces van haar geaardheid. Haar verklaringen waren vaag en tegenstrijdig, onder meer over relaties en persoonlijke ervaringen, en strookten niet met de verwachtingen van een persoonlijk relaas vanuit een homovijandige omgeving. Ook werd meegewogen dat zij haar geaardheid niet eerder had vermeld, terwijl zij daar al in 2014 van op de hoogte was.
De rechtbank concludeerde dat de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas in de eerdere procedure samenhangt met de huidige aanvraag, en dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid is ongegrond verklaard.