ECLI:NL:RBDHA:2017:5494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De eiser heeft op 9 maart 2017 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie niet in behandeling is genomen. Dit omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek, gelet op eerdere asielaanvraag van eiser in Duitsland op 9 oktober 2015.
Eiser heeft aangevoerd dat hij in Duitsland onder slechte omstandigheden is opgevangen en psychische problemen heeft, en dat Nederland West Sahara als onafhankelijk land moet erkennen. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder mag vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank overweegt dat verweerder terecht geen aanleiding zag om het asielverzoek aan zich te trekken en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst de rechtbank erop dat klachten over de Duitse naleving van richtlijnen bij Duitse autoriteiten moeten worden ingediend. Het beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.