ECLI:NL:RBDHA:2017:5635
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid
Eiser, een Iraakse Koerd, vroeg asiel aan in Nederland op basis van zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende bedreigingen en mishandeling in Irak. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele geaardheid en de mishandeling van zijn partner niet kon terugkeren naar zijn land van herkomst.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zijn seksuele gerichtheid niet geloofwaardig had gemaakt. De rechtbank toetste deze beoordeling terughoudend maar oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en consistente verklaringen had gegeven over zijn bewustwordingsproces, zijn seksuele contacten en de relatie met zijn partner. Ook ontbraken ondersteunende bewijsstukken zoals berichten of foto’s.
Eiser voerde aan dat hij niet uitgebreid kon verklaren vanwege zijn achtergrond en dat sommige verklaringen verkeerd waren geïnterpreteerd, maar de rechtbank vond dat verweerder voldoende gelegenheid had geboden voor toelichting. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat eiser daadwerkelijk homoseksueel is en dat hij mishandeling van zijn partner kon aantonen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag om een verblijfsvergunning af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid.