Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de man] ,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een asielzoeker van Marokkaanse nationaliteit, heeft op 13 februari 2017 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Duitsland heeft de terugname van eiser geaccepteerd.
Eiser stelde dat Nederland de asielaanvraag zelf moest behandelen omdat hij niet binnen zes weken was overgedragen aan Duitsland, en verwees naar artikel 28 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat dit een onjuiste interpretatie is; de termijn voor feitelijke overdracht is zes maanden volgens artikel 29, en deze termijn was niet overschreden.
Verder waren de aangevoerde incidenten in Duitse opvangcentra onvoldoende om aan te nemen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Ook de suggestie dat Frankrijk verantwoordelijk zou moeten zijn, werd verworpen omdat daarvoor geen verzoek was gedaan. De rechtbank concludeerde dat de overdracht aan Duitsland rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep had beslist.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.