Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de vrouw] ,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank constateert dat eiseres het beroep heeft ingediend nadat verweerder op 6 augustus 2016 een besluit op haar asielaanvraag heeft genomen. Eiseres beoogt met het onderhavige beroepschrift te bereiken dat verweerder haar de verschuldigde dwangsom van € 1.260,-- uitbetaalt vanwege het te laat beslissen op haar asielaanvraag.
Gelet op het verhandelde ter zitting merkt de rechtbank verweerders brief van 1 september 2016 aan als een beschikking tot vaststelling van de hoogte van de dwangsom als bedoeld in artikel 4:18 van Pro de Awb, zodat het beroep gelet op het bepaalde in artikel 4:19, eerste lid, van de Awb mede daartegen gericht is. Eiseres heeft, zoals haar gemachtigde ter zitting ook heeft toegelicht, niet beoogd om tegen het inwilligende besluit op haar aanvraag beroep in te stellen en zij heeft tegen dat besluit dan ook geen beroepsgronden gericht. Gelet daarop is het beroep in zoverre niet-ontvankelijk.
Beslissing
veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van € 247,50 (zegge: tweehonderd en zevenenveertig euro en vijftig eurocent).