ECLI:NL:RBDHA:2017:6090
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning zelfstandige arbeid wegens niet voldoen aan mvv-vereiste
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 23 februari 2017, waarin zijn aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige is afgewezen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting op 15 mei 2017 gehouden en direct mondeling uitspraak gedaan.
De rechtbank overweegt dat het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) niet als zelfstandige afwijzingsgrond is gehanteerd, maar dat beoordeeld moet worden of eiser aan de vereisten voldoet los van het ontbreken van een mvv. De beoordeling richt zich op het dienen van een wezenlijk Nederlands economisch belang met de zelfstandige arbeid. De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoet aan deze vereisten en dat het mvv-vereiste terecht is toegepast.
Verder wordt vastgesteld dat het documentatievereiste en het niet toestaan van een nadere termijn om het ondernemingsplan aan te vullen niet in strijd zijn met de standstill-bepaling. Ook is het niet voorleggen van het ondernemingsplan aan de Minister van Economische Zaken terecht, gelet op de onvolledigheid daarvan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van de verblijfsvergunning zelfstandige arbeid wordt ongegrond verklaard.