Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de man] ,
Procesverloop
Overwegingen
family life’ met zijn kinderen als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM. In dit kader overweegt de rechtbank als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een licht verstandelijk beperkte man met twee minderjarige kinderen die onder toezicht van Bureau Jeugdzorg staan en in een pleeggezin wonen, vroeg om een verblijfsvergunning regulier met als doel artikel 8 EVRM Pro/humanitair. Verweerder wees dit af vanwege een inreisverbod en beperkte gezinsbanden. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het atypische gezinsleven en de complexe situatie van eiser en zijn kinderen.
De belangen van de kinderen zijn niet toereikend geïnventariseerd; verweerder heeft nagelaten een hoorzitting te houden en betrokken instanties te raadplegen. Ook is de hoorplicht geschonden. De rechtbank stelt dat verweerder niet zonder nadere inventarisatie mocht concluderen dat het beperkte contact vanuit Turkije kan worden onderhouden.
Het besluit berust daardoor niet op een zorgvuldig onderzoek en is onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast worden de griffierechten en proceskosten aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging en schending van de hoorplicht; verweerder moet een nieuw besluit nemen.