ECLI:NL:RBDHA:2017:6168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiseres, een Libische vrouw geboren in 1996, diende op 9 maart 2017 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac bleek dat eiseres al op 8 juni 2015 in Duitsland een asielaanvraag had ingediend.
Eiseres stelde dat haar aanvraag in Duitsland was afgewezen en dat zij beroep had ingesteld, dat ongegrond was verklaard. Zij voerde aan dat zij als jonge alleenstaande vrouw met een zwakke gezondheid kwetsbaar is en dat de opvang in Duitsland onvoldoende was, met verslechtering van haar gezondheid. Ook stelde zij dat zij geen kosteloze juridische bijstand had gekregen in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat de foto van de Duitse beschikking onvoldoende bewijs vormde en dat verweerder mocht vertrouwen op de naleving van verdragsverplichtingen door Duitsland. De klachten over opvang en gezondheid waren onvoldoende onderbouwd. De rechtbank volgde verweerder in het standpunt dat eiseres geen aanvullende garanties nodig had en dat het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand in Duitsland niet in strijd was met de Procedurerichtlijn.
Daarom was het niet onredelijk dat verweerder de aanvraag niet in behandeling nam. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag is ongegrond verklaard.