ECLI:NL:RBDHA:2017:6221
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 9 februari 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening is vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Uit onderzoek bleek dat eiser op 12 april 2016 in Duitsland een asielaanvraag had ingediend die op 4 augustus 2016 was afgewezen. Duitsland had geen verzoek gedaan aan Frankrijk om eiser over te nemen, ondanks het Franse Schengenvisum. De Duitse autoriteiten stemden in met terugname van eiser op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat Duitsland zijn aanvraag onterecht behandelt en dat Frankrijk of België verantwoordelijk zouden moeten zijn. Hij stelde dat hij onder dwang een asielaanvraag in Duitsland moest indienen en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn asielrelaas te doen. Ook stelde hij dat hij in Duitsland mishandeld was en geen adequate medische zorg ontving.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet betwist dat hij in Duitsland asiel heeft aangevraagd en dat deze aanvraag rechtsgeldig is afgewezen. De rechtbank vond de stellingen van eiser onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De staatssecretaris hoefde de aanvraag niet onverplicht in behandeling te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.