Op 1 oktober 2016 heeft verdachte samen met een medeverdachte het slachtoffer gedurende enkele uren tegen zijn wil opgesloten in een woning te Gouda. Tijdens deze periode werd het slachtoffer geslagen, bedreigd met de dood en fysiek vastgehouden, onder meer door het gebruik van geweld met een schep en een riem. Het slachtoffer werd ervan beschuldigd een laptop te hebben gestolen, hetgeen leidde tot deze gewelddadige eigenrichting.
De rechtbank heeft het bewijs beoordeeld aan de hand van verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, proces-verbaal van aangifte en een letselrapportage. De feiten zijn bewezen verklaard als medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling. De verdediging stelde dat sprake was van eendaadse samenloop of voortgezette handeling, maar de rechtbank verwierp dit.
De rechtbank heeft rekening gehouden met het feit dat verdachte geen strafblad heeft, maar dat de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd een vrijheidsbenemende straf vereisen. De opgelegde straf bedraagt 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest.
De uitspraak benadrukt de ernst van de eigenrichting en de schending van de lichamelijke integriteit en vrijheid van het slachtoffer, en stelt dat een vrijheidsbenemende straf passend is om recidive te voorkomen.