ECLI:NL:RBDHA:2017:6559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf voor familiebezoek wegens onvoldoende bewijs familierelatie en twijfel terugkeervoornemen
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een visum voor kort verblijf in Nederland met als doel familiebezoek. Verweerder, de minister van Buitenlandse Zaken, wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij het voorgenomen verblijf doelmatig zou gebruiken en er redelijke twijfel bestond over de echtheid van de bewijsstukken en haar terugkeervoornemen.
Eiseres stelde dat zij een vriendschappelijke en familieband heeft met de referente en dat zij zorg draagt voor haar moeder in Marokko, wat haar sociale binding met dat land onderstreept. Zij bood aan een retourticket te overleggen om haar terugkeer te waarborgen. De rechtbank overwoog echter dat verweerder terecht oordeelde dat eiseres onvoldoende objectief verifieerbare bewijsstukken had overgelegd ter onderbouwing van de familierelatie.
Daarnaast was onvoldoende gebleken dat eiseres een zodanige sociale en economische binding met Marokko heeft dat haar terugkeer redelijkerwijs gewaarborgd is. De rechtbank volgde verweerder in zijn oordeel dat er redelijke twijfel blijft bestaan over het voornemen van eiseres om Nederland tijdig te verlaten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van familierelatie en twijfel over het terugkeervoornemen.