Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[kind], eiseres,
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een LHBT-persoon uit Bosnië-Herzegovina, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat zij en haar minderjarige kind problemen ondervonden vanwege haar seksuele geaardheid. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat Bosnië-Herzegovina als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat haar rechten niet werden nageleefd.
De rechtbank overwoog dat het niet betwist werd dat Bosnië-Herzegovina een veilig land is en dat eiseres geen concrete aanwijzingen gaf dat zij geen bescherming kon krijgen van de autoriteiten, mede omdat zij geen aangifte had gedaan. Ook werd het beroep op procedurele tekortkomingen zoals het ontbreken van rust- en voorbereidingstijd en onvoldoende medische beoordeling verworpen.
De rechtbank concludeerde dat de beoordeling van de aanvraag op basis van het gehoor correct was en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat Bosnië-Herzegovina voor haar geen veilig land was. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd het besluit bevestigd dat eiseres Nederland onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod van twee jaar krijgt opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiseres moet Nederland onmiddellijk verlaten met een inreisverbod van twee jaar.