ECLI:NL:RBDHA:2017:6584
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet-aangetoonde identiteit en gezinsband
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende man die in Israël verblijft, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland in het kader van nareis bij zijn vermeende echtgenote, referente, die een verblijfsvergunning asiel bezit. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat eiser geen identiteitsdocumenten kon overleggen en zijn identiteit niet was aangetoond, terwijl er geen sprake was van bewijsnood.
Eiser stelde dat het in Eritrea gebruikelijk is om zonder identiteitskaart te leven en dat hij die niet kon verkrijgen vanwege zijn desertie en illegaal vertrek. Hij voerde ook aan dat referente een origineel huwelijksdocument had verkregen dat hun familierechtelijke relatie aantoonde. Daarnaast stelde hij dat hij ten onrechte niet was gehoord.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn identiteit niet had aangetoond, mede gelet op het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken dat iedere Eritrese burger vanaf 18 jaar verplicht is een identiteitskaart te bezitten. Hierdoor kon ook de gezinsband niet worden vastgesteld. De rechtbank verwierp het beroep op schending van de hoorplicht omdat geen redelijk vermoeden bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens het niet aantonen van identiteit en gezinsband.