ECLI:NL:RBDHA:2017:6593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet-aangetoonde identiteit en familierechtelijke relatie
Eiseres, een Eritrese vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland in het kader van nareis bij haar echtgenoot, de referent, die een verblijfsvergunning asiel bezit. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie afgewezen omdat eiseres geen identiteitsdocumenten kon overleggen en haar identiteit niet aannemelijk kon maken, terwijl er geen sprake was van bewijsnood.
Eiseres voerde aan dat het in Eritrea niet gebruikelijk is om identiteitskaarten te hebben, zeker buiten de grote steden, en dat vanwege de desertie van haar echtgenoot het aanvragen van documenten onmogelijk was. Ook stelde zij dat een kerkelijk huwelijk rechtsgeldig is in Eritrea en daarmee de familierechtelijke relatie is aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in bewijsnood verkeert, mede gelet op ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken die stellen dat vrijwel iedereen in Eritrea een ID-kaart heeft en dat registratie van geboorten verplicht is. Omdat de identiteit niet is aangetoond, kon ook de familierechtelijke relatie niet worden vastgesteld. Daarnaast was het beroep op schending van de hoorplicht ongegrond omdat het bestuursorgaan redelijkerwijs kon aannemen dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.