ECLI:NL:RBDHA:2017:6605
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse vrouw wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende risico terugkeer
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, diende op 7 februari 2017 een asielaanvraag in. Zij stelde dat zij vanwege problemen met een man die de erfenis van haar overleden vader had verkregen, ernstige bedreigingen en geweld had ondervonden, waaronder de dood van haar zussen, brand in haar huis, de dood van haar zoon en een verkrachting in 2016.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het relaas over de problemen door de man ongeloofwaardig werd geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond dat de gestelde sterfgevallen en brand onvoldoende met documenten waren onderbouwd en dat het vermoeden dat de man haar nog zou lastigvallen niet aannemelijk was. De rechtbank vond ook dat het horen in het Engels voldoende zorgvuldig was, gezien de taalvaardigheid van eiseres en de aanwezigheid van een tolk.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de psychische klachten van eiseres geen aanleiding gaven voor een nieuw of aanvullend gehoor. Hoewel alleenstaande vrouwen in Nigeria kwetsbaar zijn, stelde eiseres onvoldoende feiten en omstandigheden om een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro aan te tonen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en ontbreken van reëel risico bij terugkeer.