ECLI:NL:RBDHA:2017:6608
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas over bedreiging en mishandeling in Afghanistan
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, diende op 4 januari 2016 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij in Kabul werkte bij de Kabul Bank en door een invloedrijke persoon werd opgedragen belastende documenten te verwijderen. Na weigering werd hij mishandeld en moest hij vluchten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas, met name omdat eiser onvoldoende kon verklaren waarom juist hij werd benaderd en waarom pas in 2015, terwijl onderzoeken al eerder plaatsvonden. Ook werd het feit dat eiser zonder problemen het ziekenhuis kon verlaten en legaal het land uitreisde als tegenstrijdig gezien.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris zich niet onterecht op het standpunt had gesteld dat het relaas ongeloofwaardig was. Het overgelegde medische document kon het oordeel niet wijzigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas.