ECLI:NL:RBDHA:2017:6660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres diende op 23 maart 2017 een asielaanvraag in, maar deze werd niet in behandeling genomen vanwege de Dublinverordening, die bepaalt dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van haar verzoek. Uit Eurodac bleek dat eiseres eerder asielverzoeken had ingediend in Polen en Duitsland, waarbij Duitsland het verzoek afwees en verwees naar Polen. De Poolse autoriteiten stemden in met terugname.
Eiseres voerde in beroep aan dat Polen zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen en dat er problemen zijn met de onafhankelijkheid van de rechtspraak, evenals vrees voor bloed- of eerwraak. De rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende concreet waren onderbouwd en dat eiseres geen bijzondere, individuele omstandigheden had aangevoerd die een uitzondering op de overdracht rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken en dat de overdracht niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro EU. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.