ECLI:NL:RBDHA:2017:6666
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag en overdracht aan Zwitserland
Eiseres diende op 9 april 2017 een asielaanvraag in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat zij eerder asielverzoeken had ingediend in Griekenland en Zwitserland. De Nederlandse staatssecretaris verzocht Zwitserland om haar terug te nemen, wat werd goedgekeurd op basis van artikel 18 van Pro de Dublinverordening.
Eiseres voerde aan dat Zwitserland zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen en dat de asielprocedure en opvangvoorzieningen tekortschoten, mede omdat Zwitserland geen EU-lidstaat is. De rechtbank oordeelde dat deze bezwaren onvoldoende waren onderbouwd en dat Zwitserland gebonden is aan het Vluchtelingenverdrag en het EVRM.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris terecht geen gebruik maakte van de bevoegdheid om het verzoek in Nederland te behandelen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro, omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die overdracht onevenredig hard maken. Ook de belangen van de minderjarige kinderen werden meegewogen, waarbij werd aangenomen dat zij samen met hun moeder worden overgedragen en bescherming kunnen vragen aan de Zwitserse autoriteiten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en overdracht aan Zwitserland te effectueren is ongegrond verklaard.