ECLI:NL:RBDHA:2017:6673
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van €30.936,91, waaronder een schuld aan de belastingdienst voor terug te betalen kinderopvangtoeslag over 2013 en 2014 en een schuld aan een kinderdagverblijf. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat verzoekster kinderopvangtoeslag had ontvangen maar deze niet aan de opvang had besteed, wat leidde tot terugbetalingsverplichtingen.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schulden voortkwamen uit onwetendheid of onvermogen. Van een aanvrager van kinderopvangtoeslag mag worden verwacht dat deze weet dat de toeslag aan kinderopvang moet worden besteed. Dit leidde tot het oordeel dat verzoekster niet te goeder trouw was geweest omtrent het ontstaan van de schulden.
Op grond hiervan werd het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter R. Cats tijdens de openbare terechtzitting van 24 mei 2017 in Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.