Eiser heeft een kapitaalverzekering afgesloten met een standaard aanvraagformulier dat op 3 januari 1992 door de verzekeraar is ontvangen, terwijl andere vergelijkbare verzekeringen met een verkort aanvraagformulier vóór 1 januari 1992 tot stand zijn gekomen. Verweerder heeft het rentebestanddeel van de kapitaalsuitkering belast op grond van de Wet Brede Herwaardering.
De rechtbank heeft onderzocht of het gelijkheidsbeginsel ertoe leidt dat de kapitaalverzekering van eiser ook vóór 1 januari 1992 moet worden geacht tot stand te zijn gekomen. Hierbij is gekeken naar de civielrechtelijke kwalificatie van het moment van totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst, waarbij het moment van ontvangst en acceptatie van het aanvraagformulier centraal staat.
De rechtbank concludeert dat de groep kapitaalverzekeringen met het verkorte aanvraagformulier een bindend aanbod van de verzekeraar bevatte, waardoor de verzekering tot stand kwam op het moment van ontvangst van het formulier. Daarentegen geldt voor de groep met het standaard aanvraagformulier dat dit een aanbod van de aspirant-verzekeringnemer is, dat pas tot stand komt na acceptatie door de verzekeraar, welke in het geval van eiser na 1 januari 1992 plaatsvond.
Daarmee zijn de gevallen niet gelijk en faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel. Ook een vermeend begunstigend beleid van verweerder wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.