ECLI:NL:RBDHA:2017:6867
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening teruggeleiding naar Nederland na uitzetting naar Afghanistan
Verzoekers, die op 25 maart 2017 naar Kabul, Afghanistan, zijn uitgezet, hebben een verzoek ingediend tot voorlopige voorziening om teruggeleid te worden naar Nederland. Dit verzoek is gedaan omdat zij hun asielaanvraag van 20 maart 2017 opnieuw aan de orde wilden stellen en zij zich in Kabul in een benarde positie bevinden.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de motieven van de asielaanvraag al tweemaal eerder onderwerp van een procedure zijn geweest en dat de rechtbank Den Haag op 24 maart 2017 reeds heeft geoordeeld dat er geen beletselen zijn tegen de uitzetting. De aanvullende stelling dat verzoekers in Kabul in een benarde positie verkeren, is onvoldoende onderbouwd om teruggeleiding te rechtvaardigen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot teruggeleiding naar Nederland wordt afgewezen.