ECLI:NL:RBDHA:2017:6913
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekkingen asielzoeker door COA op goede gronden bevestigd
Eiser, een asielzoeker zonder rechtmatig verblijf, kreeg op 15 september 2016 te horen dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) de verstrekkingen aan hem per 22 mei 2016 beëindigde. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank heeft het besluit ex tunc beoordeeld en vastgesteld dat eiser niet viel onder de beschermde categorieën van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva).
De rechtbank oordeelde dat het COA geen beoordelingsruimte had en dat het aan eiser was om met concrete en recente medische gegevens aan te tonen dat het stopzetten van verstrekkingen zou leiden tot een acute medische noodsituatie die opvang en verstrekkingen rechtvaardigt. De door eiser overgelegde medische stukken boden hiervoor onvoldoende bewijs.
Ook het advies van het Bureau Medische Advisering toonde geen acute noodsituatie aan. Verder was niet gebleken dat eiser geen toegang had tot noodzakelijke medische zorg in urgente situaties. De rechtbank concludeerde dat het COA op goede gronden de verstrekkingen had beëindigd en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van verstrekkingen door het COA is ongegrond verklaard.