ECLI:NL:RBDHA:2017:6987
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- J. Eisses
- H.N. Pabbruwe
- M.J.C. Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen afwijzing onderzoekswensen in strafzaak omkoping en witwassen
De rechtbank Den Haag behandelde het bezwaar van vier verdachten tegen een beschikking van de rechter-commissaris die drie onderzoekswensen van de verdediging afwees of niet-ontvankelijk verklaarde. De verdachten worden onder meer verdacht van medeplegen van niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen.
De onderzoekswensen betroffen het verkrijgen van administratie van de benadeelde partij, verstrekking van regelgeving over bevriezingsvorderingen aan buitenlandse vennootschappen, en een aanvullend proces-verbaal over de rol van Google Nederland in het onderzoek. De verdediging stelde dat deze stukken relevant zijn voor het vaststellen van de strafmaat en de rechtmatigheid van het bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het criterium van het verdedigingsbelang geldt en dat het bedrag van de benadeling relevant is voor de strafmaat, maar dat het niet noodzakelijk is om de volledige administratie aan het dossier toe te voegen. Ten aanzien van de andere verzoeken stelde de rechtbank vast dat de verdediging onvoldoende concrete aanwijzingen gaf dat de procedures door het openbaar ministerie onjuist zijn gevolgd.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en handhaafde de afwijzing van de onderzoekswensen. De rechtbank benadrukte dat het verdedigingsbelang ruim moet worden uitgelegd, maar dat niet elke onduidelijkheid door het openbaar ministerie hoeft te worden opgehelderd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de onderzoekswensen wordt ongegrond verklaard.