ECLI:NL:RBDHA:2017:7016
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas over ontvoering door PKK en verblijf in bergen
Eiser heeft op 24 mei 2016 een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op 1 november 2016 is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen deze afwijzing behandeld op 24 mei 2017 en op 27 juni 2017 uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelt dat eiser weliswaar geloofwaardig is in zijn identiteit en herkomst, maar dat zijn verhaal over problemen met de PKK en zijn verblijf in een kamp ongeloofwaardig is. Essentiële onderdelen van zijn relaas zijn vaag, summier en inconsistent. Ook de overgelegde verklaring van het dorpshoofd is een kopie en daardoor niet betrouwbaar. Daarnaast strookt de datum van uitreis niet met het paspoortstempel.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Irak een reëel risico loopt op vervolging of een schending van artikel 3 EVRM Pro. De ongeloofwaardigheid van het relaas, ongerijmde wendingen en het ontbreken van concrete details over het kamp en de PKK leiden tot de conclusie dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas.