Uitspraak
BESLISSINGop het beroep
.
Rechtbank Den Haag
Op 23 januari 2016 werd betrokkene verweten de maximumsnelheid op de A4 met 27 km/h te hebben overschreden. Betrokkene stelde beroep in tegen de beslissing van de officier van justitie en voerde meerdere formele bezwaren aan, waaronder het ontbreken van een afschrift van het procesdossier, het niet horen door de officier van justitie, en de onbevoegdheid van de beslissende medewerker.
De kantonrechter overwoog dat de primaire vraag in WAHV-zaken is of de overtreding daadwerkelijk is begaan. De gemachtigde van betrokkene bracht uitsluitend formele verweren naar voren zonder inhoudelijke argumenten over de materiële vraag. Dit werd gezien als een poging om het systeem te ontregelen en proceskosten te incasseren.
Gezien dit misbruik van het laagdrempelige systeem van rechtsbescherming verklaarde de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de snelheidsovertreding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van procesrecht.